Een stroom van tranen

Naast de muur stond een tafeltje. Aan elke zijde stond een stoel. Een glazen fles met een glas, versleten door eindeloze wasbeurten. Twee bedden, eentje leeg. Een deur met een vaag raampje waar af en toe een gezicht binnen gluurt. Een te dun deken en een laken maken het bed te koud voor me, maar het deert me niet. Een raam dat niet verder dan tien centimeter open kan, met uitzicht op een afgeschermd graspleintje, enkele bankjes en stoelen waarop mensen aan een sigaret trekken. Wezenloos, bleek, kijken ze voor zich uit. Het is donderdagavond. Pa en ma vertrokken net. Twee gebroken mensen die niet weten wat ze moeten denken of doen. Pijnlijk trieste blikken, angst voor wat was en komen gaat. Een jonge doktersassistent kwam net langs om te polsen naar de noodzaak voor medicatie. Nu is het stil. Enkel de politie die op de gang staat te wachten bij de overbuur en intussen een praatje slaat over de telefoonrekening van de vriendin. Het is halfzes, ik zit in pyama op een stoel aan het tafeltje. Geen verdere gesprekken meer vandaag. Geen zin in TV. Geen zin in eten, al drie dagen niet. Ma had me net gesmeekt om iets te proberen. Een hapje van het wattige brood? Een sneetje frikadellekoek? Een stukje appel? Niks? Een slokje water? Waarom ben ik hier? Omdat ik leeg ben. Op. Hopeloos. Einde rit. Geen zin meer. Geen moed meer. Het doet vreemd dat ik er nog ben. Net. Twee dagen meer is voor iedereen hoopgevend, behalve voor mij. Niemand snapt hoe het voelt. Ik heb vanbinnen getierd, gevloekt en geschreeuwd omdat ik er nog ben. Een zoveelste falen. Een zoveelste falen teveel. UPSIE. Urgentie Psychiatrie. De naam is het enige oppeppende dat ik zie om me heen. Maar niemand verliest me nu nog een seconde uit het oog. Iedereen probeert me vanaf nu mee te trekken. Ik weiger eigenlijk, maar heb er de moed, de kracht niet meer voor. Ik wil niet, maar moet proberen, zeggen ze. Maar op de vraag waarom, komen altijd antwoorden waarin anderen worden vermeld, niet mezelf. Waarom dan nog voor mezelf verder gaan? Twee slokken water. Ik voel hoe het probeert zijn weg te zoeken naar beneden. Tranen komen terug opwellen. Twee slokken tranen. Dit wordt een lange reis.

No Comments